NATUUR BUITEN VAN BINNEN VOELEN ...

ROMAN OVER BOSWACHTER MET WALDSCHMERZ

03-11-2022

Een boswachter met Waldschmerz, je kunt je er wel iets bij voorstellen, een mens zal maar bij bosbeheer werken vandaag de dag, de bossen staan er beroerd bij na lange periodes van droogte, en dan brengt plotseling noodweer ook nog regelmatig onherstelbare schade toe. Het bos is een ziekenzaal, een sterfhuis.

Althans, zo ziet boswachter Kasper Kind het in Overal zit mens, en dat leidt bij hem dus tot een specifieke vorm van Weltschmerz. Nu ja, de vijftigjarige Kasper is een complexe man die niet graag toegeeft dat hij aan een eenduidige stoornis lijdt. Liever stelt hij bij zijn collega's die diagnose als ze er wat terneergeslagen bij zitten, in hun werkkeet in het bos. Kasper lijdt trouwens sowieso meer aan de mensen dan aan het bos of de wereld, daar laat Yves Petry geen misverstand over bestaan: 'een moordfantasie' is de ondertitel van deze roman.
Het knaagt aan Kasper dat er 'overal mens' zit, en niet zo'n beetje ook. 'Tenslotte zijn er al veel te veel zoals wij. Er zullen geen eersten zijn, alleen nog laatsten. Geen uitverkorenen, alleen verdoemden.' Het antropoceen, het tijdperk van de alomtegenwoordige mens, is voor Kasper het misantropoceen.

Een roman als innerlijk avontuur

Geestig, maar wat zit er achter die Jean Paul Sartre-achtige walging van Kasper? En waar moet het heen? Yves Petry schotelt ons geen eenvoudige of eenduidige antwoorden voor - daar houdt deze schrijver, filosoof en wiskundige zich in zijn oeuvre verre van. Verwacht bij Petry ook geen lineair plot met overzichtelijke scènes, voor hem is een roman in de eerste plaats een innerlijk avontuur - de gebeurtenissen zijn aanjagers van het geestelijk leven van zijn personages. De met de Libris Literatuur Prijs bekroonde roman De maagd Marino (2010) is daar een pregnant voorbeeld van, dat boek gaat over een man die zich laat opeten door zijn minnaar, te beginnen met de penis. Een briljant boek blijft het, de bizarre feiten spelen een ondergeschikte rol, de vraag hoe die man tot zoiets krankzinnigs komt staat centraal.
Hier voelt Petry zich thuis, in de psyche van de vertwijfelde mens. Daar baant de schrijver zich een weg, als een woedekunstenaar.

Gebrainwashte papegaaien

In Overal zit mens richt de woede van Kasper zich op zijn zwager, de populaire mediafiguur Max de Man. Hij kan het bloed van die kerel wel drinken, hij is vast van plan hem te vermoorden en wacht op het goede moment.
Max de Man is zo'n figuur die in ieder praatprogramma zijn gemakkelijke mening soepeltjes voor het voetlicht brengt: 'Dag in dag uit toeteren ze ons hun hooggestemde streven in de oren. Van 's morgens vroeg tot 's avonds lopen ze te pronken met hun hypergevoelige en hyperactieve geweten als dragqueens met een glitterpruik.'
De stilistische brille van Petry spat zoals altijd van de pagina's af, maar als je deze zin nog een keer leest vraag je je misschien af: wil de auteur bij monde van Kasper iets kwijt over wokisme en de vermeende morele superioriteit van links? Maar nee, Kasper ontziet niemand, links, rechts, het zijn allemaal mensen, ze krioelen maar rond zonder een kant op te kunnen, zich beroepend op hun individualiteit maar stuk voor stuk 'gebrainwashte papegaaien'.

Geen geknetter

Ieder boek van Petry is een filosofisch boek, ieder boek is ook een compromisloos boek, maar Overal zit mens is nog radicaler dan zijn eerdere werk. Kaspers wereldbeeld lijkt nog het meest op dat van filosoof Emil Cioran, in het zuiver geformuleerde pessimisme. 'Het allerbeste is: nooit geboren te zijn geweest' en 'Het een-na-beste is bijgevolg: zo snel mogelijk weer te sterven'. Geboren zijn is ongemak, meende Cioran, en hij stelde de vraag: is zelfmoord niet de enige optie?
Max de Man en Kasper Kind, ze hadden jaren geleden een kortstondige relatie. Daarna verwekte Max een dochter bij Kaspers tweelingzus Eva, waarna hij zijn eigen glamourleven verder ging leiden. De Man en het Kind, zo liggen de verhoudingen inderdaad. Max is volwassen geworden, Kasper is kind gebleven. Hoe dat komt? Nogmaals, Petry levert geen pasklare antwoorden, maar duidelijk wordt wel dat Max zich bij zijn coming-out kon afzetten tegen zijn vreselijke vader, terwijl Kasper zijn liefhebbende ouders op jonge leeftijd verloor.
In de vorige romans van Yves Petry knetterde het altijd tussen twee personages die elkaar in een wurggreep naar de ondergang trokken. Dat geknetter ontbreekt in Overal zit mens, er is ook geen directe confrontatie tussen Kasper en zijn grote vijand. De lezer is getuige van een gevecht dat Kasper met zichzelf voert. Dat maakt dit boek ook moeilijk om te lezen, iedere gedachte van Kasper moet in het licht van zijn totale onmacht en toenemende waanzin gezien worden. Dat heeft tot gevolg dat hoe helder Petry ook formuleert, de ideeën zelf onscherp blijven. Kasper concludeert ten slotte dat de levenden werkelijker zijn dan de ideeën die zij hebben. De woede maakt plaats voor berusting, een vleugje ontroering zelfs.

Wandelogie ...